Twee strijd

Er liepen twee rails naast elkaar door een uitgedroogd landschap. Zegt de linkerrail tegen de rechterrail: “Goh, tis best wel even geleden dat er een grote gele trein over ons is heengegaan hè?” De rechter antwoord op besliste toon: “Kan me niet heugen inderdaad”. De linkerrail denkt hardop na: “Misschien komt het omdat we niet meer zo dicht tegen elkaar aan liggen de laatste tijd?” De rechterrail kraakt even zwaar en reageert dan op cynische toon: “Nou, als het aan mij ligt, liggen we juist al jaren te dicht op elkaar. Het grijpt me naar de keel. Ik krijg soms bijna geen stroom meer.” “Nou”, zegt de linkerrail, de rechter emotioneel overstemmend: “Dat is te merken. Ik heb het steeds vaker ijzeringwekkend koud ’s nachts.”

Een tweetal

Ook wel een stel, een paar, een duo, een koppel of -hou je vast- een span genoemd. Verbonden aan elkaar. Zijn samen één. Belooft eeuwig naast elkaar te leven, naast elkaar te lopen, naast elkaar te zijn, te bestaan. Naast elkaar te liggen en vooral ook netjes naast elkaar te blijven liggen. Ieder aan z’n eigen kant.

Belooft elkaar te helpen in voor- ende tegenspoed. Elkaar lief te hebben in ziekte en in welzijn, in rijkdom en in armoede. Tot de dood ons… scheidt. Wat een heftige belofte.

Een contract voor het leven!

Een leven waaraan ik zelf helemaal alleen begon. Omdat dat zo gaat in de natuur. Ik werd tierend en huilend uit de buik van mijn moeder gehaald en ondervond al mijn basale angsten en emoties. Alleen. Ja, een liefdevol en troostend paar ouders om me heen. En wat gezellige doch soms stierlijk vervelende broers en zussen erbij die het geheel afmaakten. Ik had het slechter kunnen treffen.

Ik brak uit mijn ouderlijk huis op zeventienjarige leeftijd. Ik was tamelijk klaar met de familiaire setting. Dit lag voornamelijk aan mijn persoonlijke neiging tot afzondering en mijn verlate pubertijd. Het gaf mij de eerste onverbiddelijke groeipijnstoot richting autonomie.

Draaimolen

Van de ene op de andere dag ervoer ik de immer zo prettige gang van zaken als een trage en melig oplichtende draaimolen van zichzelf herhalende en herkauwende routines. Op-en-neer, op-en-neer. De plaat blijft steken. De paardjes te dicht op elkaar. De jolige kermis van gesprekken aan tafel volgde een vaste tred. Inhoudelijk leek het in mijn oren plotseling op suikerspin met popcorn. Teveel lucht.

Teveel rondjes om de kerk.

Een nieuwe fase was aangebroken. Zomaar. Ineens. Toch had ik daar vijf jaar eerder niet aan moeten denken. Het verlaten van een bekend en fijn nest? Die vertrouwde gezelligheid aan tafel elke avond? Een warm bad gevuld met het luchtige schuim der Maslowistische basisbehoeften?

Ja. Het was tijd om te gaan.

Die vraag

En dan. Niet meer dan zeventien jaren vrijheid later komt ineens díe vraag uit de lucht vallen. De vraag die alle autonomische wildgroei in de mens weer wegmaait tot een keurig bijgehouden gazonnetje in een Vinex wijk. De zwaarbeladen vraag die ooit door het institut-tut-tut de kerk in het leven geroepen is om garantie tot voortplanting van ‘t brave Christelijke Nazaad te waarborgen.

Nazaad. Mooi woord. Nazaad. Dat ben je dan ineens. Je bent een doorgeefluik. Een Command of Control-C. Iemand die zijn ouders Na gaat middels hun Zaad. En jouw eigen Zaad dien je ook weer netjes Na te laten voor een volgende generatie –nu al- geNaaide Zaden. Potverdorie, waar Zadel je me mee op?

Die vraag dus.

De vraag van mijn allerliefste of ik met hem de rest van mijn leven wil doorbrengen. Of ik kindjes met hem wil maken, een gezin wil stichten. Of ik met hem oud en gerimpeld wil worden. Ja zo romantisch.

Net als in de film

Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik tienerjarenlang middelmatige Romcoms heb ingestudeerd tot ik erbij neerviel. Altijd heb ik gedroomd van die éne. Het zou toch wel kunnen bestaan? Ik ben volledig gehersenspoeld door al die beelden over de ideale man. Dat deed ik onbewust bewust. Ik heb met volle overtuiging alles in me opgenomen en geprogrammeerd. En dat is maar goed ook. Ik geloof er sindsdien volledig in. De kunst van de selffulfilling prophecy had ik al vroegtijdig in de smiezen.

En het werkte.

Ik heb Hém gevonden. Hem. Juist. Ik geloof heilig in de liefde en ik heb altijd geloofd in de liefde. De liefde is mijn religie. De meest krachtige en helende energie. Als je haar volledig vrij kunt laten stromen tenminste.

Maar de ideale liefde vinden is wat anders dan de ideale verbintenis. Dat laatste klinkt mij in de oren als een Contradictus Interminus en kan snel overrijp worden. De energie van wederzijdse liefde wordt mogelijk teveel uitgemolken. De liefde kan van de ene op de andere dag een beetje over datum zijn en brokkelig worden.

Kant en klaar

Toch geloof ik dat het anders kan. Ik wil mijn liefde voor mijn ware vieren. Ik wil “ons” vieren en een vorm creëren waarin deze liefde wel met respect kan blijven bloeien, leven en rijpen. Maar hoe?

Het antwoord heb ik niet kant en klaar maar een intentie kan ik wel geven…

En deze laatste zin dekt gelijk de hele lading, de essentie van dit verhaal. Ik heb zogezegd geen antwoord op de vraag waar wij over vijftig jaar staan. Of wij al dan niet samen onder de zoden liggen. Of tussen onze rollators rondhangen terwijl we stickies roken. Ik heb geen antwoord op de vraag of wij altijd bij elkaar zullen blijven.

Wij leven dus wij evolueren.

Onze hele generatie evolueert in sneltreinvaart. “Zelfontwikkeling” is aan de orde van de dag. De ontwikkeling van het “zelf” wordt belicht. Introspectie staat in de paarse spotlight van het derde oog. Dat betekent dus minder naar buitengerichte pijlen. Selectiever sociaal contact en veel minder wenselijk empathisch gedrag. Die gaan namelijk niet samen met je eigen wijsheid en je eigen zinnigheid. Want het is tegenwoordig zeer wijs en zinnig om het bij je eigen te zoeken.

Ik wil jou!

Lieve schat, mijn vraag aan jou is: Ga jij dezelfde kant op? Of ga jij jezelf aanpassen teneinde bij me te kunnen blijven? Geef jij rustig jouw identiteit op om bij me te kunnen zijn? Wil jij werkelijk met mij tot 1 entiteit verworden, een zogenaamde symbiose? Dat klinkt me te eng in de oren. Je geeft jouw wensen en persoonlijkheid op voor mij? Dat riekt niet naar ware liefde. Ik zal jou nooit echt kennen. Ik wil jou!

Of worden we de hoeksteen (lees: onbeweeglijke stugge doch stabiele rotsachtige) van de samenleving? Zo min mogelijk groei en verandering staat gelijk aan een succesvol huwelijk waarin we exact weten wat we aan elkaar hebben. Meten is weten. Exact.

Onbeweeglijk zijn in de immer dansende rivier van het leven? Nee. Dat is onmogelijk en zeer ondankbaar naar alles wat het leven ons aanreikt gaandeweg.

Naakt en gelukkig

Misschien hebben de wijze Hindoe Baba’s in India het antwoord wel gevonden. Zij laten al het materiële en hun familiebanden schieten in de laatste fase van hun leven. Zo bereiden zij zich voor op het afscheid van het aardse. Alleen. Arm. Naakt. Zoals ze gekomen zijn. Misschien geeft dat wel de liefdesvreugde in hun leven. Zij weten en accepteren dat de intermenselijke relatie eindig is. En zij keren in zichzelf terug en reizen op zichzelf door naar een onuitputtelijke bron van liefde.

Oneindig en toch eindig.

Liefde stroomt. Ik wil oneindig en eindig dansen met jou. Ik wil oneindig en eindig vrijen met jou. Ik wil vol vertrouwen en overgave met jou de wereld in. Ik wil onze liefde niet verstikken maar laten ademen.

Ik ben niet van jou maar loop wel naast jou. Jij bent niet mijn bezit maar ik kies er keer op keer voor om weer bij jou te zijn. Misschien wel tot we honderd jaren oud zijn. Totdat het moment komt dat de liefde een andere on- of eindige richting kiest.

Samen alleen

Onze rails lopen evenwijdig aan elkaar maar er groeien miljarden groene grassprieten tussen. Er bloeien boterbloempjes en er vliegen bijzondere insecten. Na elke vijfhonderd meter valt iets nieuws te ervaren. Als we naar het midden kijken. Samen. Als we naar de buitenkant kijken. Alleen. Aan jouw kant zie ik niet welk landschap jij ervaart en aan mijn kant laat jij mij de dingen beleven.

We lopen naast elkaar met respect voor ieders afwisselende tempo, versnellingen of vertragingen. Soms wijken onze sporen even iets verder uiteen. Jij volgt jouw pad en ik heb vertrouwen dat je me weer opzoekt nadien. Als je op een dag wat verder uitwijkt, is dat ook ok. Dat betekent niet dat we ontspoort zijn. Dat betekent dat we de juiste intentie hadden en dat loslaten soms de mooiste vorm van liefhebben is.

Ja, ik wil.

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *